Nieuws    Introductie  ●  Organisatie  ●  Geschiedenis  ●  Contact  ●  Links

 

  Wonen
  ● Woonerf
  ● Woongroep

  
  Cultuur
  
  ● Ostadetheater
  ● Decorbouwer
  
  Werkplaats
  ● Smerig
  ● Houtatelier   
  ● Interieurbouwer

  Media
  ● Ravage

 
  Grafisch
  ● Raddraaier
  ● Inbeelding

 


Foto: Jeroen Fles. Voor meer foto's zie hier en hier


Ostade 233 zet zichzelf op agenda deelraad


De afgelopen weken hebben bewoners en gebruikers van Ostade 233 vele raadsleden en nog veel meer buurtbewoners van Oud-Zuid geïnformeerd over de initiatieven die hun woon-werkpand voortbrengt voor de Pijp. Dit heeft inmiddels geresulteerd in een andere visie binnen partijen over de toekomst van de vrijplaats.


Medio 2013 verkast het Ostadetheater van Vrijplaats Ostade 233 naar het Archiefterrein aan de Amsteldijk in Amsterdam. December 2007 besloot de deelraad van Oud-Zuid dat de huidige locatie van het theater benut zal worden voor nieuwbouw die het stadsdeel 1,5 miljoen winst moet opleveren. Geld dat ingezet moet worden voor de investeringskosten voor het Archiefterrein.

Alle partijen hebben destijds kennelijk zitten slapen bij dit verstrekkende besluit, aangezien het Ostadetheater nog geen kwart van het totale vloeroppervlak inneemt van de vrijplaats. Dat er nog negen organisaties en twaalf bewoners op het adres Van Ostadestraat 233 staan ingeschreven, werd november vorig jaar tijdens de commissievergadering kennelijk over het hoofd gezien.

Pas in maart werden de huurders van Ostade 233, die vanaf juli 1983 een 30-jarig durend erfpachtcontract af hebben gesloten met de gemeente, door stadsdeelvoorzitter Egbert de Vries (PvdA) van het besluit op de hoogte gebracht. "De bewoners hebben recht op vervangende woonruimte, de bedrijfjes moeten maar zien", meldde De Vries met een uitgestreken gezicht aan het bestuur van de Gebruikers Vereniging Ostadestraat 233.

Verbijstering en ongeloof alom nadat ook de huurders van Ostade 233 van de plannen vernamen. De koppen werden bij elkaar gestoken, waarna er een stappenplan werd opgesteld. De fractievoorzitters van Oud-Zuid kregen tekst en uitleg omtrent de visie van Ostade 233 over het raadsbesluit van december vorig jaar. Tevens werd men op de hoogte gesteld van hetgeen zich achter de voorgevel van het woon-werkpand afspeelt.

Commissievergadering

Dit leidde al gauw tot schriftelijke vragen van Vereniging Oud-Zuid. Met diverse partijleden werden gesprekken aangeknoopt, er werden voor politici rondleidingen door het gebouw verzorgd, buurtbewoners werden op de hoogte gesteld, de website werd geactualiseerd, de pers benaderd. Binnen korte tijd wist zo'n beetje elk raadslid van Oud-Zuid dat Ostade 233 meer is dan het Ostadetheater, en dat sloop ongewenst is.

Dinsdagavond 13 mei was een delegatie van zo'n 35 personen die wonen en werken in het woon-werkpand, tezamen met een groep sympathisanten, aanwezig bij de commissie Mensen en Samenleven, een ander woord voor cultuur. Vijf personen kregen drie minuten inspreektijd, al had dit nog wat voeten in de aarde. De PvdA en VVD wilden de financieringskwestie niet op de agenda zetten, waarop een korte schorsing volgde.

Uiteindelijk werd besloten dat de insprekers hun gang konden gaan, maar dat een notitie van GroenLinks, waarin aangedrongen wordt op het terugdraaien van het eerder genomen besluit om 1,5 miljoen winst te maken met de bouwgrond van Ostade 233, niet in behandeling genomen werd. Deze komt nu aan bod in de commissievergadering Ruimte en Wonen van 26 mei. (zie agenda onderaan)

GroenLinks is van mening dat zolang de koppeling gehandhaafd blijft, de kans klein is dat de huidige ideële bedrijfjes terug kunnen keren in de nieuwbouw. Het voornemen om winst te maken beïnvloedt ook op negatieve wijze de toekomstige discussie over het nut van het woon-werkpand voor de Pijp. Het exploitatietekort van 1,5 miljoen kan net zo goed uit de pot Algemene Middelen gehaald worden, aldus GroenLinks.

Onbehoorlijk bestuur

Eliane Attinger beet namens het Ostadetheater van de insprekers de spits af. Zij complimenteerde de raad met het definitieve besluit voor verhuizing van het theater vanuit de Van Ostadestraat naar het Archiefterrein medio 2013. Over het voornemen tot sloop van de Fabriek merkte zij op te hopen dat de deelraad "ook een goed toekomstperspectief kan bieden aan de bewoners en gebruikers van het pand waar het theater nu gevestigd is."

In een vlammend betoog hekelde Sabine Jansen, voorzitter van het bestuur van Ostade 233, de wijze waarop de deelraad gedurende de besluitvorming de gebruikers van de vrijplaats volledig over het hoofd heeft gezien. "Volgens de Algemene Wet Bestuursrecht zou het Dagelijks Bestuur zich moeten verdiepen in de belangen van de bij een besluit betrokken burgers en deze eerlijk moeten afwegen. Als er in het Investeringsbesluit Archiefterrein een besluit is genomen over onze toekomst, dan is dat tot stand gekomen op een wijze die getuigt van onbehoorlijk bestuur en in strijd is met de wet", aldus Jansen.  [lees hier de volledige tekst]

De insprekers van Ostade 233 kregen de nodige bijval vanaf de publieke tribune, en soms zelfs van raadsleden. Volgens een huurder van Ostade 233 is de wijze waarop de deelraad momenteel met de toekomst van het woon-werkpand omgaat exemplarisch. "Er wordt over ons besloten als restwaarde ter dekking van een financieringstekort, zonder dat er een inhoudelijke discussie heeft plaatsgevonden over de waarde, de functie en de betekenis van ons pand", zei Rutger Post van layout-werkplaats InBeelding tijdens zijn inspreekbeurt.

"Als het stadsdeel de moeite zou nemen zich te verdiepen in de meerwaarde van ons pand", zo vervolgde Post zijn betoog, "wordt er iets heel anders zichtbaar: met de conversie van het huidige, tijdelijke, erfpachtcontract naar een voortdurende erfpacht kan het stadsdeel gratis en voor niks een broedplaats avant la lettre voor de toekomst behouden. Een culturele vrijplaats die zichzelf bedruipt, zonder dat daar enige investering of structurele subsidie voor nodig is."  [volledige tekst]

Liefde voor het vak

Giovanni Goedemondt, bestuurslid van Ostade 233, ging hier nader op in. "Belangrijker nog dan wat er aan werkplaatsen bestaat in ons pand, is de manier waarop er gewerkt wordt. Al deze ambachtelijke bedrijfjes worden gedreven vanuit een grote liefde voor het vak. Dat betekent dat ze allemaal de ruimte die ontstaat door de relatief lage lasten, gebruiken om ideële projecten te realiseren." [tekst]

Buurtbewoonster Marga Grooff betuigde haar voorkeur voor fietsenwerkplaats Smerig als volgt: "Ik ben voor yuppen, voor arbeiders, voor allochtonen, autochtonen, oudere mensen, stadsdeel bestuurders, trambestuurders, en bovenal voor een mix van deze in een leefbaar Oud-Zuid waar de grote maatschappelijke ontwikkelingen wat mij betreft samengaan met kleinschalige leefbaarheid. Initiatieven als Smerig zijn het  intermenselijk smeermiddel van de maatschappij." [tekst]

Waarna Gertjan Broekman ten slotte, bestuurslid van woon-werkpand de Frederik Hendrikschool die onderdeel uitmaakt van het zogenoemde erfpachtpandenoverleg (epp-overleg), de plannen van Oud-Zuid hekelde. "Het EPP-overleg, ironisch genoeg in gang gezet door Ostade 233, zou verbijsterd zijn als het stadsdeel het interieur van het Ostadetheater, die haar bestaan heeft te danken aan de mogelijkheid om jarenlang te groeien in de Fabriek, zou betalen met de kaalslag van een vitale community met een grote diversiteit aan activiteiten." [tekst]

Vervolgens mocht Sabine Jansen de eerste 834 handtekeningen aanbieden die gedurende de afgelopen drie weken zijn verzameld. Zij deed dit door samen met de voorzitter van de avond een strook van circa 15 meter lengte uit te rollen, die door de aanwezige raadsleden in de hoogte werd gehouden. Het hilarische tafereel resulteerde in een daverend applaus. Helaas was de strook met handtekeningen nét niet lang genoeg om de hele raad 'in te pakken'.

Onvolledige feiten

Tijdens de daarop volgende commissievergadering maakten de partijen GroenLinks, Pijpbelangen, Vereniging Oud Zuid en Amsterdam Anders/De Groenen (AA/DG) duidelijk tegen het voornemen te zijn Ostade 233 zonder meer op te geven. Els Willems (AA/DG) sprak haar ongenoegen uit over de wijze waarop de commissie Mensen en Samenleven in november 2007 is voorgelicht over de koppeling om Ostade 233 te slopen na vertrek van het Ostadetheater.

"Er staat niets over in de notulen, wij dachten destijds dat het enkel om de ruimte van het Ostadetheater zou gaan die geëxploiteerd zou worden", zei Willems. "Het besluit is genomen op basis van onvolledige feiten. Het Dagelijks Bestuur wil aan de ene kant creatieve bedrijven naar de Pijp halen, maar doet bestaande creatieve bedrijven de das om!"

Stadsdeelvoorzitter De Vries wilde niet nader op de kwestie Ostade 233 ingaan. Desondanks kon hij het niet nalaten de volgende opmerking te plaatsen: "Zodra het Ostadetheater vertrokken is, blijft er niets over van het gebouw in de Van Ostadestraat." Het leidde tot boegeroep en verbijstering op de publieke tribune, en meewarige blikken bij diverse raadsleden, ook van de PvdA.

Op maandag 26 mei vindt er een extra commissievergadering plaats van Ruimte en Wonen. GroenLinks zal hier haar notitie 'Loskoppeling visievorming Ostadefabriek van financiering Ostadetheater' indienen. Zoals gezegd houdt deze partij hierin een warm pleidooi om de koppeling verhuizing theater en winst maken met de grond, terug te draaien. Of dit voorstel door partijen als PvdA en VVD - samen de meerderheid in de deelraad - wordt omarmd, daar moet nog aan getrokken worden. (AvV)



Agenda:

maandag 26 mei,
commissie Ruimte en Wonen,
19.00 uur, Koninginneweg 1 in Amsterdam (met insprekers)
woensdag 28 mei:
raadsvergadering Oud-Zuid, met besluit over koppeling/exploitatie Ostade 233, 19.30 uur, Koninginneweg 1 in Amsterdam.

 

 

 

 

 

- - - - - - - - - - - - - - -

 

 

 

 

 

 

Amsterdam, 13 mei 2008


Geachte raadsleden,

U gaat binnenkort een besluit nemen over de verplaatsing van het Ostadetheater naar het Archiefterrein. Het Ostadetheater is ontstaan in ons woon-werkpand en het heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een populair buurttheater. Deze ontwikkeling ging gepaard met een groei van het theater binnen het pand, maar die grens is nu bereikt. Het theater wil daarom graag naar het Archiefterrein.

In de stadsdeelstukken wordt gesproken over 'de huidige locatie van het Ostadetheater'. De verhuizing van het theater zou gefinancierd kunnen worden door grondexploitatie op de  huidige locatie, oftewel sloop en nieuwbouw. Het stadsdeel gaat er kennelijk vanuit dat het theater na verhuizing een lege ruimte achterlaat.

Maar dat is niet het geval: Wat 'de huidige locatie van het Ostadetheater' genoemd wordt, is in werkelijkheid een woon-werkpand dat behalve een theater verschillende andere groepen herbergt. Een aantal van u heeft tijdens de rondleidingen door ons pand met eigen ogen kunnen zien wat er zich allemaal afspeelt achter onze gevel. Het pand biedt 58 mensen een werkplek en 12 mensen een woning.

Wij hebben dit pand in 1980 gekraakt en we beheren en onderhouden het. Sinds 1983 hebben we een erfpachtcontract en zijn we eigenaar van het gebouw. In maart van dit jaar, ruim twee maanden na het aannemen van het Investeringsbesluit Archiefterrein, werd ons door de stadsdeelvoorzitter mondeling meegedeeld dat besloten was een 'hypotheek op de toekomst' te nemen: ons erfpachtcontract zou na 2013 niet worden voortgezet, omdat ons pand dan gesloopt zou worden.

Dit doorkruist de besprekingen die wij al jaren voeren met zeven andere erfpachtpanden en de centrale stad en die tot doel hebben om de contracten gezamenlijk te converteren om de panden voor de toekomst te behouden.

Onbegrijpelijk genoeg zijn wij, de gebruikers van dit gebouw, in de besluitvorming geheel over het hoofd gezien. Nergens blijkt uit dat onze belangen in dit plan zijn meegewogen.  Volgens de Algemene Wet Bestuursrecht zou het bestuur zich moeten verdiepen in de belangen van de bij een besluit betrokken burgers en deze eerlijk moeten afwegen. Dat is hier niet gebeurd. Als er in het Investeringsbesluit Archiefterrein een besluit is genomen over onze toekomst, dan is dat tot stand gekomen op een wijze die getuigt van onbehoorlijk bestuur en in strijd is met de wet.

Uit gesprekken met raadsleden is gebleken dat de raad niets wist over ons pand of zijn gebruikers. Er circuleerden in het stadsdeel slechts geruchten over illegale bewoning. Door dit gebrek aan informatie heeft de deelraad in feite ingestemd met het Investeringsbesluit zonder te weten waar het over ging. U kunt de wethouder aanrekenen dat hij heeft nagelaten u te informeren.

Wij vinden het volstrekt onlogisch dat de verhuizing van het theater gefinancierd zou moeten worden door sloop van ons pand. Wij zijn niet verantwoordelijk voor de exploitatietekorten van het Archiefterrein. Wij vinden dat het geld voor de verhuizing van het theater daarom ergens anders vandaan moet komen. Als het plan van het stadsdeel doorgaat, is dat het einde van ons woon-werkpand en zal een unieke plek voorgoed verdwijnen. Wij vragen u daarom niet in te stemmen met dit besluit, zolang het uitgaat van sloop van ons pand.

Sabine Jansen
Voorzitter bestuur Ostade 233

  Terug naar tekst

 

- - - - - - - - - - - - - - -

 

Amsterdam, 13 mei 2008


Geachte aanwezigen,

We bevinden ons met z'n allen in een vreemde situatie: er zijn hier vanavond vijf insprekers om iets te zeggen over ons pand Van Ostadestraat 233, en vele mensen op de tribune om dit te ondersteunen. En dat terwijl ons pand helemaal niet op de agenda staat.

Dit is kenmerkend voor wat er dreigt te gebeuren en waar wij, als eigenaren en gebruikers van Ostade 233 zo geschokt over zijn: dat er over ons besloten wordt als restwaarde ter dekking van een financieringstekort, zonder dat er een inhoudelijke discussie heeft plaatsgevonden over de waarde, de functie en de betekenis van ons pand.

In onze contacten met raadsleden is ons gebleken hoezeer deze financiële benadering de toon heeft gezet. Hoewel de meeste van u erkennen dat de besluitvorming niet correct is, wordt keer op keer gesteld dat behoud van ons pand het stadsdeel 1,5 miljoen zou kosten. Maar dat is de wereld op z'n kop.

Als het stadsdeel de moeite zou nemen zich te verdiepen in de meerwaarde van ons pand, wordt er iets heel anders zichtbaar: met de conversie van het huidige, tijdelijke, erfpachtcontract naar een voortdurende erfpacht kan het stadsdeel gratis en voor niks een broedplaats avant la lettre voor de toekomst behouden. Een culturele vrijplaats die zichzelf bedruipt, zonder dat daar enige investering of structurele subsidie voor nodig is.

Een woon-werkpand dat de afgelopen 25 jaar heeft laten zien dat het blijvend gestalte kan geven aan datgene waar het broedplaatsbeleid voor bedoeld is: plek bieden aan een laboratorium in zelfbeheer, waarbinnen nieuwe initiatieven en ondersteunende functies ontstaan en functioneren die van groot belang zijn voor de culturele infrastructuur van de buurt en de stad. Het Ostadetheater is daar maar één voorbeeld van.

Het gemeentelijke Bureau Broedplaatsen is dan ook enthousiast over de optie van conversie, ook al omdat erfpacht voor een broedplaats als de onze zo'n vruchtbare constructie is gebleken, en wethouder Maarten van Poelgeest heeft deze mogelijkheid van harte bij de betreffende portefeuillehouders aanbevolen.

Er zijn dus genoeg redenen om met u te spreken over de mogelijkheden die ons pand biedt. Maar helaas zijn wij genoodzaakt ons met de besluitvorming an sich bezig te houden. Was de formulering in het Investeringsbesluit Archiefterrein, dat u afgelopen december hebt goedgekeurd, nog voorwaardelijk, nu lijkt het DB aan te sturen op een sloopbesluit tout court. Daarmee zou ons en u de ruimte voor een inhoudelijk debat definitief worden ontnomen.

In onze ogen gaat dat niet alleen in tegen onze belangen, maar ook tegen de strekking van de Algemene Bepalingen Erfpacht. De gemeenteraad heeft bij herhaling vastgesteld wat haar beleid is ten aanzien van conversie van tijdelijke naar voortdurende erfpacht, laatstelijk nog in 2001, toen zij besloot (ik citeer): 'dat erfpachters van gronden, (...) die de wens te kennen geven tot conversie van tijdelijke in voortdurende erfpacht, hiertoe, indien zich (...) geen dringend gemeentebelang daartegen verzet, in de gelegenheid zullen worden gesteld'.

Nog afgezien van de vraag of de mogelijke winst op de grondexploitatie als 'dringend gemeentelijk belang' kan worden gekenschetst, lijkt de relevantie van dit besluit voor dit moment duidelijk: het impliceert dat de erfpachter de kans moet krijgen op een eerlijke, of rationele afweging van haar belang ten opzichte van mogelijk conflicterende belangen. En dat is precies wat in het voorliggende besluit wordt omzeild.

Ik vraag u niet om terug te komen op eerdere besluiten zoals genomen in het kader van het Investeringsbesluit, maar wel om ervoor te waken dat de genoemde inhoudelijke weging van belangen niet voorgoed onmogelijk wordt gemaakt door een nog dwingender koppeling van de verhuizing van het theater aan de sloop van ons pand, met al het moois wat er in zit en nog kan ontstaan.

Rutger Post
Layout-werkplaats InBeelding


Terug naar tekst

 

 

 

- - - - - - - - - - - - - - -

 

 

Amsterdam, 13 mei 2008


Geachte raadsleden en andere aanwezigen,

Velen van u hebben de afgelopen weken, live of via de website, kennis kunnen nemen van wat er allemaal gebeurt in het pand Ostade 233.

Als de deelraad zou besluiten tot sloop van het gebouw, waar wij nu eigenaar van zijn, verdwijnen ook een aantal innovatieve, culturele en buurtgeoriënteerde initiatieven: Bewoners hebben -grotendeels met eigen handen- tien woningen gecreëerd en ondernemende mensen hebben ook op eigen kosten bedrijfjes gebouwd in de lege fabriekshal. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van afgedankte materialen.

Drukkerij de Raddraaier maakt op een milieuvriendelijke manier allerhande mooi drukwerk voor een groot aantal klanten die veelal uit de buurt komen. Fietsenmakerij Smerig zorgt dat ook buurtbewoners met een kleine beurs hun fiets goed kunnen (laten) onderhouden. De vrijwilligers van deze werkplaats stellen de klanten in de gelegenheid zelf dat onderhoud  te (leren) doen en ze hebben hergebruik hoog in het vaandel staan.

Ostade 233 herbergt verder een meubelmaakster, een aannemer in de recyclebouw, een decorbouwer, een redactieruimte voor een kunsttijdschrift en één voor een webmagazine en een lay-outcollectief. Er is een architectencollectief dat ontwerpt voor hergebruik van materialen en projecten steunt in onder andere Afrika en er zijn twee woningen met bedrijf aan huis.
Belangrijker nog dan wat er aan werkplaatsen bestaat in ons pand, is de manier waarop er gewerkt wordt.

Al deze ambachtelijke bedrijfjes worden gedreven vanuit een grote liefde voor het vak. Dat betekent dat ze allemaal de ruimte die ontstaat door de relatief lage lasten, gebruiken om ideële projecten te realiseren. Ruimte dus voor vrijwilligerswerk, voor projecten die geen geld hoeven op te brengen, voor onderzoek naar vernieuwing in het vakgebied, en naar de randvoorwaarden (zoals bijvoorbeeld milieuaspecten), voor uitwisseling onderling, met andere vakgebieden en met de wereld om ons heen.

Wat met de sloop van ons pand ook zou verdwijnen is 28 jaar ervaring met de rigoureuze vorm van zelfbeheer, die dit alles mogelijk heeft gemaakt. Het is pas recent dat van overheidswege de waarde wordt ingezien van dergelijke expertise. Maar nergens is er zo veel, en zo langdurige ervaring op dit gebied als in de groep van woon-werkpanden waar ons pand toe behoort. Hans Nelissen, die voor het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA) werkt aan modelcontracten voor de erfpachtpanden, zegt het zo: "jullie hebben laten zien dat je ook anders met vastgoed om kan gaan."

Het één kan niet zonder het ander: de collectiviteit van zelfbeheer hoort bij de zich alsmaar vernieuwende invulling van het gebouw. Zelf doen zorgt voor de flexibiliteit en betrokkenheid die nodig zijn voor het runnen van een pand als het onze. Het schept ook de ruimte om steeds weer nieuwe experimentele plannen te maken. Zo wordt er nu bijvoorbeeld nagedacht over klimaatneutraal bouwen, en over een interessante publieksfunctie als mogelijke opvolger van het theater.

Dit alles maakt ons pand tot een broedplaats avant la lettre, een van de panden die, net als bijvoorbeeld de Binnenpret, Tetterode, het Veem en reeds verdwenen panden als de Conradstraat, de Graansilo en de Kalenderpanden, model hebben gestaan voor het zozeer bejubelde Amsterdamse broedplaatsenbeleid.

Ik zou daarom willen besluiten met: Hoezo slopen? Wij zijn nog lang niet uitgebroed!

Giovanni Goedemondt
Bestuurslid Ostade 233


  Terug naar tekst



- - - - - - - - - - - - - - -

 

 

 

Amsterdam, 13 mei 2008

Geachte dames en heren,

Ik ben Marga Grooff en ik ben een buurtbewoner. Ik heb een gezin, twee kinderen, een heerlijke man en ik wil in de leefbare Pijp oud worden en ik wil niet naar Purmerend. Ik sta hier vanavond omdat ik sinds 25 jaar een klant ben van Smerig, de fietsenwerkplaats aan de van Ostadestraat 233-E en dat de komende eeuw ook wil blijven.

Fietsenwerkplaats Smerig werd opgericht en werd voor veel mensen in de buurt een plek waar je je barrel kon opknappen. Kon en kun je dat niet zelf, dan doen zij dat voor je. Ik heb samen met Smerig bandenplakles gegeven aan leerlingen van de 3e Daltonschool van even verderop in de Van Ostadestraat. Ik kan het u aanraden, werkt heel therapeutisch, eerst punaises strooien, dan tien keer 'roets riets' erdoorheen en plakken maar.

Ik woon in een buurt waar meer en meer Volvo's en BMW's rijden. Huizen worden opgeknapt, nieuw gebouwd op plekken waar eens sociale woningbouw stond. De tendens, kijk naar minister Vogelaar met haar prachtwijken, wordt nu: breng leven terug in woonbuurten. De kleine winkels, waar de deur open staat, neringdoenden, de mensen die in een wijk die zorgen voor levendigheid en sfeerbeheer moeten we koesteren.

Was het niet de grote filosoof Loekie Knol die dertig jaar geleden al zong: 'Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen', en die de leefbaarheid en het sociale gehalte van deze wijk waarborgen.

Ik ben voor yuppen, voor arbeiders, voor allochtonen, autochtonen, oudere mensen, stadsdeelbestuurders, trambestuurders, en bovenal voor een mix van deze in een leefbaar Oud-Zuid waar de grote maatschappelijke ontwikkelingen wat mij betreft samengaan met kleinschalige leefbaarheid.

Initiatieven als Smerig zijn het intermenselijk smeermiddel van de maatschappij. Hierdoor houd je buurten leefbaar met elkaar, voor elkaar, door elkaar. Dit is nu meer waard dan dure integratie of resocialisatie projecten achteraf.

Natuurlijk kun je het pand platgooien en weer nieuwbouw plegen. Sociale woningen heb ik gehoord met ateliers en kleine bedrijven. Maar dat is er al. Dus dat hoeven jullie niet meer te doen.

Jullie, en ook de woningbouwverenigingen, hebben een taak. De sociale balans in de wijk moet intact blijven. Iedereen weet dat je voor een leefbare stad arbeiders en kleine bedrijven nodig  hebt, blijvers. Startende yuppen zijn veelal passanten die elders hard werken en elders hun rosé's naar binnen hakken, come and go, en als hun tweede kind op komst is, een  woning kopen in Purmerend met een tuin en een carport.

Terug naar het pand, kijk in hoeverre jullie gezamenlijk tot een oplossing kunnen komen zodat ik, mijn kinders kinderen, en mijn buurtbewoners de komende eeuw zonder winstoogmerk hun  fiets kunnen repareren bij Smerig in de Van Ostadestraat 233-E. Want Smerig is wat bestuurders willen: eigen burgerinitiatief, zelfbedruipend, open, opleidend en opbouwend, milieuvriendelijk.

Want laten we eerlijk wezen: wat kunt u erop voor hebben om in deze milieubewuste tijden een voor iedereen toegankelijke volledig op recycling gebaseerde fietsreparatiewerkplaats, terrorisme verlagend, draaiende te laten sluiten.
Onschuldig, opbouwend sociaal en milieuvriendelijk dat is, nomen est omen, Smerig!

En dat moet Smerig blijven.


Marga Grooff
Buurtbewoonster



Terug naar tekst



- - - - - - - - - - - - - - -






Amsterdam, 13 mei 2008


Goedenavond, geachte raadsleden,

Mijn naam is Gertjan Broekman. Ik ben bestuurslid van de stichting Schoolslag, die het woon-werkpand aan de Frederik Hendrikstraat 111-115 beheert. Vanuit die hoedanigheid ben ik de afgelopen jaren betrokken geweest bij het zogenaamde erfpachtpandenoverleg (epp-overleg).

Namens dit overleg zou ik u in de korte tijd die mij is gegeven willen overtuigen van de grote waarde van de Fabriek binnen de context van acht erfpachtpanden door de gehele stad Amsterdam, die al jaren de ontwikkeling van subculturele en kleinschalige initiatieven in letterlijke en figuurlijke zin ruimte bieden.

Het epp-overleg is een samenwerkingsverband van acht panden: het Veem (Van Diemenstraat 410-412), de Witte Reus (Wittenstraat 100), de Witte Mus (Wittenstraat 29), Frederik Hendrikschool (FHS 111-115), de Hoeksteen (Singel 46), de Binnenpret (1e Schinkelstraat 14), Ostadeschool (Van Ostadestraat 45-49) en de Fabriek (Van Ostadestraat 233), de laatste drie in uw stadsdeel.

De relatie tussen deze panden is dat zij vanuit de kraakperiode op eigen kracht zijn verder gegaan. Dit hebben zij kunnen doen dankzij de erfpachtcontracten die zij in de jaren '80/'90 hebben afgesloten. Deze panden zijn allemaal voorbeelden van maatschappelijk eigendom. Bewoners en gebruikers zijn allemaal huurders die geen gewin hebben bij waardevermeerdering van de panden.

Daar de erfpachtcontracten allen van tijdelijke aard waren, hebben deze panden een aantal jaren geleden –ironisch genoeg op initiatief van de Fabriek- de koppen bij elkaar gestoken om de tijdelijke erfpacht om te zetten in voortdurende erfpacht met een grondprijs gelijk aan die van broedplaatsen. Dit met het oog op behoud van de functie van deze gebouwen, namelijk laagdrempelige ruimte voor de minder bemiddelde creatieve inwoners en ondernemers in Amsterdam.

De gemeente Amsterdam, met name het bureau Broedplaatsen, het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam en de wethouder Grondzaken, staan inmiddels zeer positief tegenover een dergelijke conversie van de erfpacht. Immers, de gemeente ziet het sociaal-culturele maar ook het economische belang van een subcultuur die de creatieve industrie van de stad van voedsel voorziet.

De gemeente ziet ook de kracht van een bundeling van deze acht panden in een vereniging die nieuwe initiatieven ontplooit vanuit de jarenlang opgebouwde expertise en financieel ondersteunt middels het vormen van een fonds. Daarenboven zijn deze nieuwe erfpachtcontracten met waarborgen omzien om zelfverrijking van gebruikers van de panden uit te sluiten.

Juist nu de gemeente voornemens is de stadsdelen te gaan voorstellen om deze rafelranden te behouden middels erfpachtconversie –de concepten liggen slechts te wachten op goedkeuring- wordt overwogen om -in vakbondstaal- de poorten van de Fabriek te sluiten. Hiermee onderkent het stadsdeel de meerwaarde van Ostade 233 onvoldoende en frustreert de onderlinge banden, de wisselwerking en synergie tussen de erfpachtpanden.
 
Het epp-overleg zou verbijsterd zijn als het stadsdeel het interieur van het Ostadetheater, die haar bestaan heeft te danken aan de mogelijkheid om jarenlang te groeien in de Fabriek, zou betalen met de kaalslag van een vitale community met een grote diversiteit aan activiteiten. Het zou de eerste bres betekenen in wat vanuit de erfpachtpanden de verdere versteviging van een subculturele infrastructuur in Amsterdam zou moeten worden.

Dank u wel.


Gertjan Broekman
Bestuurslid Frederik Hendrikschool


Terug naar tekst